Ds J.Dunnewind Hardenberg Preek over 1 Korinthiërs 10,17 (voorbereiding heilig avondmaal)

 

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

 

U hoopt volgende week het avondmaal te vieren. Daarom gaat de preek over één Brood … één lichaam… Het komt rechtstreeks uit onze tekst. In het avondmaalsformulier wordt over 1 Kor. 10,17 gezegd: ‘dat wij allen die door het geloof in Christus ingelijfd zijn, om Christus’ wil, die ons eerst zo uitnemend heeft liefgehad, samen één lichaam zijn’. En dan staat erbij: ‘wij moeten dit niet alleen met woorden, maar ook door onze daden, aan elkaar bewijzen’.

Volgende week hoopt u samen aan tafel te zitten. Dan is het goed om de vraag te stellen: hoe vormen wij dat ene lichaam? Kunnen we echt met elkaar door die ene kerkdeur en aan die ene avondmaalstafel? En als dat kan hoe zitten we hier dan? Kunnen we ook door elkaars huisdeur? Op de koffie, in gesprek, in gebed? Vormen wij, hoe verschillend we ook zijn en hoe verschillend we ook over bepaalde dingen denken, één lichaam?

Er is binnen onze kerken veel in beweging. Ieder heeft daar zo zijn gedachten over en gevoelens bij. Verschillen komen dan ook naar voren. Dat is niet erg, als we maar op goede manier met die verschillen omgaan. Daarom is het goed te luisteren naar 1 Kor. 10,17 over wat Paulus zegt over dat ene lichaam vanwege dat ene Brood. Ik bedien u Gods Woord onder het thema:

 

U BENT ÉÉN LICHAAM VANWEGE HET ÉNE BROOD CHRISTUS

  1. dat dankt u aan Christus;
  2. dat bindt u aan elkaar;
  3. dat houdt je ver van de afgoden.

 

  1. dat u één lichaam bent dankt u aan Christus.

Kerkelijke, christelijke eenheid, is nog nooit vanzelf gegaan. U kijkt misschien wel eens met heimwee naar de vroeg christelijke kerk. U droomt wat weg en denkt jaloers: moet je zien hoe lief ze elkaar toen hadden. Het lijkt nog zo eenvoudig: niet zoveel meningen of kerken.

Maar als u beter kijkt, wordt u snel wakker uit die droom. Omgaan met verschillen, de eenheid bewaren of herstellen, was toen ook al een probleem. Paulus geeft er niet voor niets zo veel aandacht aan.In de brieven aan de kerk van Korinthe is het zelfs het grote thema. Denk niet dat Korinthe een uitzondering was. Zo van: dat was blijkbaar een lastige gemeente. Een uitlegger zegt: dit is een problematiek die ook elders speelde: deze brieven ‘geven een goede indruk van wat er allemaal niet kon omgaan in toch betrekkelijk jonge kerken’.

Wat is er dan aan de hand in Korinthe? Zeker het is één gemeente met één avondmaalstafel. Maar er zijn gevaarlijke barsten zichtbaar. Er komen verschillen van voorkeur, inzicht en levenswandel aan het licht. Die kunnen zomaar uitgroeien tot tegenstellingen of zelfs scheuringen.

Wat gebeurt er dan in die gemeente? Er zijn persoonlijke voorkeuren voor deze of die voorganger en manier van preken. Er zijn tegengestelde keuzes als het gaat om wat je moet doen of laten. Er zijn tegenstellingen tussen rijk en arm tot aan de avondmaalstafel toe. Er zijn conflicten die niet bijgelegd worden, maar worden uitgevochten voor de wereldlijke rechter. Er is zelfs een verschil over de toekomst van de gelovigen: is er een opstanding of niet … ?

Tegen deze achtergrond mag u zien wat Paulus zegt in de tekst. Dan ziet u het verrassende er van. Hij schrijft niet: jullie moeten er alles aan doen om weer met elkaar op één lijn te komen. Of: gelet op al die verschillen kun je maar beter uit elkaar gaan en is een scheuring onvermijdelijk…

Nee, Paulus doet heel wat anders. Hij zegt: laten we samen nou eens  teruggaan naar de basis. Die basis is gelegd door Jezus Christus, op Golgotha, in zijn offer aan het kruis. Dat offer maakt duidelijk: niet wij moeten er alles aan doen één lichaam te zijn of te worden. Nee, wij zíjn, hoe velen ook en hoe verschillend ook, één lichaam. En dat niet omdat we elkaar zo aardig vinden of het zo goed eens zijn met elkaar in alles. Maar wél vanwege dat ene offer van Christus; wél vanwege dat ene brood dat we samen delen.

Dat brood ontvangt u in het avondmaal (vs. 16). Daar deelt Christus zichzelf door het geloof aan u uit. U mag daar ontvangen wat Hij heeft verdiend: vergeving, eeuwig leven, vrede. Samen dat ene Brood delen, is samen door geloof aan Jezus als je Redder verbonden zijn. En samen achter Hem aan onderweg zijn naar het nieuwe land, levend alleen van dat genadebrood.

Paulus zegt daarbij: ook vroeger leefde Gods volk al van datzelfde brood. Hij heeft het over het oude volk op weg naar het beloofde land. Ze gingen allemaal achter de wolk aan en door de zee heen, allemaal door de woestijn. Ze deelden ook allemaal het voedselpakket dat God uitdeelde, om niet van honger en dorst om te komen (vs. 3-4). Ze aten ook toen al genadebrood uit Vaders hand en ze dronken uit de rots Christus. God gaf hen toen en Hij geeft ons vandaag brood uit de hemel en water dat echt leven geeft: Christus.

Dat vieren we als we samen avondmaal vieren: leven alleen dankzij Christus. Leven door zijn dood. Als je dat met elkaar deelt, dan héb je pas echt wat met elkaar. Je deelt je Leven samen. Zondag 21 over de kerk zet voorop: we hebben als leden gemeenschap met de Here Christus. Maar dan ook, dat kan gewoon niet anders, gemeenschap met elkaar. De eenheid is er alleen maar dankzij Christus. Als je samen dat ene Brood deelt, kun je door één deur en aan één tafel. Christus heeft je aan elkaar verbonden. Hij gaat je leven, ook je samenleven als gemeente, stempelen.

  1. dat u één lichaam bent, bindt u aan elkaar.

Door het geloof bent u verbonden aan Christus. Maar dat betekent nog niet dat je dan ook als vanzelf één bent met elkaar als leden van een zelfde kerk, laat staan van verschillende kerken. Dat leert de geschiedenis en de ervaring ons wel. Wat een verschillen tussen kerken. Maar ook: wat een verschillen vaak binnen één en dezelfde kerk.

Dat heeft te maken met wat Paulus hier zegt: ‘wij, hoewel met velen….’ Als je met velen bent, heb je vanzelf ook een grotere diversiteit. Zoveel hoofden zoveel zinnen. Op zich zijn die verschillen geen probleem. Het is juist mooi en boeiend en verrijkend. Paulus laat even verder in deze brief zien dat verscheidenheid eigen is aan een lichaam. Een lichaam bestaat niet uit één lichaamsdeel maar uit veel lichaamsdelen die allemaal heel verschillend zijn en allemaal hun eigen taak en hun eigen plek hebben  (1 Kor. 12,12).

Jongens en meisjes jullie kennen vast dat liedje wel over die hand en die voet: Dit is m’n hand en dit m’n voet. ‘k Heb ze allebei nodig. Waar moet ik heen als één het niet doet? Niets is overbodig. Ik ben de hand en jij de voet, wij zijn allebei nodig. Wat ik niet kan, kan jij juist goed. Niemand is overbodig. Niemand is minder, niemand is meer, ieder is nodig bij de Heer….

Dus prima die verschillen: van karakter, van leeftijd, van opleiding, van kijk op dingen en ideeën over hoe dingen het beste kunnen, van interesse en van gaven en mogelijkheden. Dat is prima, zolang al die leden maar samen dat ene lichaam zijn en blijven. Zolang ze maar blijven beseffen dat ze hun eenheid en verbondenheid hebben in Christus…

Op dat punt ging het in Korinthe mis. En kan het ook vandaag zomaar misgaan. Dan groeien verschillen uit tot tegenstellingen. Als je niet oppast kijk je elkaar scheef aan of benader je de ander vanuit de hoogte. Dan kun je moeilijk omgaan met een verschillende kijk op de dingen of met een andere mening. Eigen voorkeuren of de last van het verleden of gegroeide gewoonten kunnen je in de weg zitten. Dan heb je dezelfde bijbel en belijdenis maar er groeit toch tweespalt.

Het gevaar is dan dat verschillen tegenstellingen gaan worden. Je kunt ergens je visie op hebben. Je kunt blij zijn met besluiten van een generale synode of daar juist moeite mee hebben. Je kunt blij zijn met liturgische vernieuwingen of daar juist onrustig van worden. Zo zijn er veel meer dingen te noemen die niet de Schrift en de belijdenis raken.

Je kunt je dan ergens zo in vastbijten (of je nu ergens voor of tegen bent, maakt dan niet uit) dat de manier waarop jij het ziet de enig mogelijke is. Dan wordt wat jíj vindt belangrijker dan de vraag: hoe dien ik de opbouw en vrede van het ene lichaam? Hoe zijn we samen voor de ene Heer bezig? Als je je die vraag niet stelt, kunnen verschillen zomaar tegenstellingen worden en scheidend gaan werken.

Laat dan juist met het oog op de viering van het avondmaal die aansporing uit het avondmaalsformulier goed op u inwerken: dat we ‘één lichaam zijn’ (dankzij Christus). En dat niet alleen met woorden maar ook door onze daden aan elkaar moeten bewijzen. Als je door geloof werkelijk dat ene Brood Christus deelt, dan ben je één. Die eenheid ervaren en bewaren met elkaar, dat kan. Als we Hem maar in het centrum laten staan en allemaal in alles op Hem zijn gericht.

Als we ons concentreren op het Brood waarvan we leven, zien we onze eenheid. Dan worden verschillen geen tegenstellingen. Want het gaat dan om onze Heiland Jezus Christus. Als u zich op Hem blijft richten, gaat u steeds meer ontdekken hoe rijk we met elkaar zijn. En hoe mooi het is dat we elkaar (met alle verschillen) hebben. Dan zijn verschillen niet bedreigend voor de eenheid. Maar verrijken ze je juist. Want je zet samen Christus in het centrum. Samen wil je Hem in geloof en liefde dienen. Je bent één in Hem.

  1. dat u één lichaam bent houdt u ver van de afgoden.

Gemeente, Paulus wil met de gemeenteleden van Korinthe en met u terug naar de basis van uw geloof en samen gemeente van de Heer zijn: zijn leven dat Hij gaf voor u. Dat is nodig met het oog op de verschillen in de gemeente. Maar ook met het oog op het leven als christenen in deze wereld.

Een wereld die toen, net als nu, vol is met de verleiding tot ‘afgoderij’. Een wereld waaruit van alles op u afkomt dat Christus van zijn plaats in uw leven wil verdringen. Een wereld die u ook wijs wil maken dat u best uw geloof in de Here en werelds zondig gedrag kunt combineren.

Daar waarschuwt Paulus hier indringend tegen: broeders en zusters, u moet u ver houden van afgodendienst. En dat juist omdat je als je gelooft, aan dat ene brood Christus deel hebt. U kunt niet bij twee bazen tegelijk in dienst zijn die elkaars concurrenten zijn: ‘u kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van de demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van de demonen’. Het is echt het een of het ander. Want er is echt maaréén God en maar één weg van leven en toekomst: dé weg van Jezus.

Ook dat hebben we allemaal nodig steeds weer te horen. Niemand moet denken: dat kan ik wel voor kennisgeving aannemen, want ik ben gedoopt en ik leef goed. Dus zit ik wel goed en ben ik al binnen. Paulus schrijft in vers 12: ‘laat iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat, oppassen dat hij niet valt’. Pas op dat je niet valt in de zonde. En dat je niet vervalt tot dwaling en tot afval komt.

Wat dat betreft schrik je als je erop let wat er met die Israëlieten is gebeurd. Zij zijn allemaal gered door de Here. Ze gingen samen uit Egypte achter de HERE aan. Maar de meesten zijn nooit op hun bestemming aangekomen. Zij zijn onderweg verongelukt door eigen schuld, getroffen door Gods toorn. Dat is een waarschuwend voorbeeld voor ons.

Hoe nodig is het dus jezelf steeds de vraag te stellen:   hoe leef ik eigenlijk met de HERE? Hoe doe ik dat persoonlijk? Hoe doen we dat samen als gemeente? En dat niet alleen als het avondmaal er weer is, of als je aan belijdenis doen toe bent, of als het jaarlijks huisbezoek is afgesproken.

Nee, elke dag staat u voor de Here en houdt de bijbel u de spiegel voor. Het avondmaal confronteert u er wel nog eens extra mee: mogen eten van dat brood en drinken uit die beker is niet niks. Besef wel schrijft Paulus in 1 Kor. 11,29 dat het om het lichaam van de Heer gaat. Let er dan op dat Paulus daarover begint omdat het in Korinthe mis ging op dat punt. Juist in het verkeerd omgaan met elkaar en het opbreken van de eenheid met elkaar! Dat zet nog eens extra op scherp hoe belangrijk dat is: één lichaam zijn met elkaar.

Juist als de strijd feller wordt tussen God en de afgoden heb je elkaar als kinderen van God nodig. Wat worden ook wij aangevallen door de afgoden van deze tijd: het zelfbeschikkingsrecht van de mens,  het goed hebben en je goed voelen, de macht van TV en internet, van seks en geld. Juist dan heb je elkaar zo nodig.

Besef dat de frontlijn loopt tussen die ene tafel van die ene Heer, en de tafels waarop satan zijn verleidelijke gerechten uitstalt. Dan kun je niet van twee walletjes eten en geen water in de wijn van Christus doen. Breng in praktijk waartoe de Heer u oproept: leg af alle last van zonde en alles wat u in de weg staat om samen de wedstrijd te lopen. Dat kan. Hij geeft u zijn Geest en vernieuwt uw leven. Ook dat is in het avondmaal naar u toegekomen

Leef dan in dankbaarheid voor Hem. Samen mogen we drinken uit de Rots Christus en samen eten uit zijn hand. Eten genoeg voor onderweg. Laten we dan sámen met volharding de wedloop uitlopen. Voor Hem en naar Hem toe. Amen.

 

Liturgie B Middagdienst

Votum en groet

Zingen: Gez. 158

Gebed

Schriftlezing: 1 Korinthiërs 10,1-22

Na de Schriftlezing: Ps. 97: 3 en 5

Tekst: 1 Korinthiërs 10,17

Woordverkondiging

Na de preek: Ps. 133: 1 en 3

Apostolische Geloofsbelijdenis

Zingen: Ps. 33: 8

Dankzegging en voorbede

Collecte

Slotzang: Ps. 105: 2 en 21

Zegen

1 Korinthiers 10,17, 11 OKTOBER Ds. J. Dunnewind – Heemse