Liturgie Leer-van-de-kerk-dienst Ds J. Haveman- Emmen

http://www.janhaveman.nl

Zuidwolde, 18 januari 2015

Thema: de geloofsdoop

1) Welkom en mededelingen

2) Votum

3) Zegengroet

Genade voor u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven geesten

voor zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene uit de

doden, en de heerser over de vorsten van de aarde. Amen

4) Geloofsbelijdenis: Gezang 179a

5) Gebed

6) Lezen: Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 34, en Zondag 26 en 27

7) Zingen: Psalm 105:4,5

8) Preek, tijdens de preek lezen: Romeinen 6:1-14

9) Zingen: Dooplied Sela (m.m.v. muziekgroep)

10) Preek vervolg, tijdens de preek lezen: Efeziers 2:1-10

11) Amenlied: Gezang 124:4,5

12) Inzameling van de gaven.

13) Slotzang: LvdK 87:1,2,4,5

14) Zegen

Moge de Here u zegenen en u beschermen, moge de Here het licht van zijn gelaat over u

doen schijnen en u genadig zijn, moge de Here u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.

(Amen)

 

 

Volk van God, geliefde gemeente van Jezus Christus, br/zr, jong of oud, welkome gast, meeluisteraar/kijker thuis,

 

De geloofsdoop.

Ik heb expres deze misschien wat prikkelende omschrijving gekozen voor het onderwerp van de preek: geloofsdoop. Want veel mensen (en dat dacht ik al) koppelen die term aan de volwassendoop, de doop waarbij iemand zelf heel bewust voor God kiest en vervolgens onder water gedompeld wordt.

Dat gebeurt tegenwoordig nog al ‘s. Gemeenten en groepen die enkel de volwassendoop kennen, groeien als kool. En ook nogal wat van huis uit gereformeerde kerkleden kiezen er voor om zich in zo’n gemeente opnieuw te laten dopen. Nee, niet opnieuw, zullen ze zeggen; nu pas echt. Want de kinderdoop is geen echte, geen bijbelsedoop… Een echte bijbelse doop is alleen na geloofsbelijdenis en door onderdompeling.

In de wijkvoorbespreking werd verteld over de pijn die het doet als je kind zich laat overdopen, over de vervreemding die je ervaart als je met Baptisten praat over de doop, over de felheid van de discussie vaak. Maar ook over de onzekerheid die toeslaat: dopen we in de gereformeerde kerken wel goed, of moeten we ons standpunt herzien?

Goed dus om het er weer ’s over te hebben.

Laat ik allereerst opmerken dat ik veel leden van evangelische gemeentes als broeders en zusters in de Heer erken en herken. Je merkt bij hen eerbied voor God, de wil om naar de Bijbel als Gods Woord te leven, en vaak kan je jaloers zijn op hun enthousiasme en gedrevenheid in het geloof. Des te pijnlijker vind ik het dat we op het punt van de doop zo verschillend denken en handelen. Iets wat zo mooi is, zo waardevol, wat God als symbool heeft gegeven, komt tussen gelovigen in te staan, en in plaats dat het dankbaar gevierd wordt, wordt er strijd over gevoerd…

Daarom zou ik het onderwerp graag wat willen relativeren. De doop is een prachtig en belangrijk symbool, je mag het zeker niet onderschatten, maar evenzeer lijkt het me toe dat je doop niet moet overschatten. De doop is niet heilsnoodzakelijk. Geloof in Jezus Christus is dat wel, want Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt bij de Vader dan door Hem. Maar het is niet zo dat iemand die niet gedoopt is, niet in de hemel kan komen.

In de RKK denken ze dat wel, en daar kennen ze zelfs de nooddoop – als een kindje vlak na de geboorte dreigt te sterven, dan mag iedereen zo’n kindje dopen – áls het maar gedoopt wordt.

Een zelfde soort overschatting proef ik bij de evangelischen, maar dan voor volwassenen:

het draait allemaal om de doop (ze noemen zich er zelfs naar!), en daarbij moet je perse eerst geloofsbelijdenis hebben gedaan, en moet je perse onder water gedompeld worden. Zou het echt zo zijn dat onze Heer, als je bij je dood voor Hem verschijnt, tegen je zegt: o, Ik zie dat jij niet bent ondergedompeld maar besprenkeld bij je doop, jou wil Ik er niet bij hebben, ga jij maar weg…?! Jezus noemt veel redenen om schapen te scheiden van de bokken, maar daar is niet het dopen bij, laat staan de wijze van dopen…

Als ik de Bijbel lees, dan ontdek ik dat er maar één doop is, en daarbij is niet beslissend hoeveel water er gebruikt is, maar of er gedoopt is op de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

 

Ik verbaas me dan ook over de felheid en gedrevenheid waarmee onze evangelische brs/zrs leden van gereformeerde kerken willen bekeren – alsof hun leven daarvan afhangt;   dit boek is er speciaal voor geschreven, je als volwassene laten dopen geldt als ‘daad van geloofsgehoorzaamheid’. Ik zou zeggen: kunnen we niet beter, in plaats van leden uit een andere kerk weg te trekken, ons bekommeren om al die mensen die nog helemaal niet in Jezus Christus geloven?!

Wat mij daarbij steekt is het argument dat er steevast bij wordt aangevoerd: degene die overgaan naar een evangelische gemeente vertellen dat ze nu pas  de Bijbel echt goed zijn gaan lezen,

en daar bedoelen ze dan mee: zonder ‘al die gereformeerde regeltjes’. Echt terug naar de Bijbel… Alsof alleen zij het alleenrecht kennen op echt bijbellezen! Waarom kunnen we niet, als brs/zrs, over en weer elkaars doop (en de daaraan ten grondslag liggende visie) respecteren (met behoud van gevoelen uiteraard)? Als gereformeerde kerken erkennen we de doop zoals die plaatsvindt in evangelische gemeentes als een geldige doop, omdat beslissend is dat het gebeurt op naam van Vader, Zoon en Heilige Geest. Als iemand van evangelisch gereformeerd wordt (ook dat komt voor), dan hoeft ie dus niet opnieuw gedoopt te worden. Het zou goed zijn als evangelische gemeentes ook de doop uit gereformeerde kerken gaan erkennen.

Wat zegt de Bijbel over de geloofsdoop?

Het woord dat voor doop wordt gebruikt ( baptizein) betekent onderdompelen. Zo worden in het OT heilige voorwerpen gedoopt, maar ook als iets of iemand onrein is geworden, moet er een reiniging/wassing met water volgen (Leviticus 11,15, Numeri 19). Bekend is het verhaal van Naaman uit Syrie die zich zevenmaal moest wassen/onderdompelen in de rivier de Jordaan.

Baptizein heeft iets in zich van ondergaan, een watergraf, van te gronde richten.

Johannes de Doper doopte in de Jordaan een ‘doop tot bekering en vergeving van zonden’. En heel bijzonder: ook Jezus onderging deze doop,

 

terwijl als er nou Eén is die zich niet hoeft te bekeren of vergeving van zonden te ontvangen, het Jezus wel is! Maar Hij wilde in alles gelijk aan de mensen zijn. Tegelijk diende zijn doop als een aanwijzing, want de Drie-ene God openbaarde zich op dat moment in de stem van de Vader, de aanwezigheid van de Zoon en de verschijning van de heilige Geest. NB: Jezus is gedoopt met de doop van Johannes, Hij heeft, om zo te zeggen, geen ‘christelijke doop’ op Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ondergaan… Pas vlak voor zijn Hemelvaart geeft Jezus aan de leerlingen de opdracht om  ‘op weg te gaan en alle volken tot zijn leerlingen te maken, door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ (Matteus 28:19, Marcus 16:16).

 

Na de uitstorting van de Heilige Geest komen veel Israëlieten tot erkenning dat Jezus de Messias is, en zij worden gedoopt. Op 1 dag worden zo meer dan 3000 mensen aan de gemeente toegevoegd (en zouden die echt allemaal 1 voor 1 ondergedompeld zijn? Is er water in de stad voor zoveel mensen? Dan moet je er ongeveer 4 per minuut dompelen…). Vervolgens lees je in Handelingen dat ook heidenen (=niet-Joden) tot geloof komen en gedoopt worden. Heel nadrukkelijk lees je in Handelingen 19 dat de doop van Johannes een andere doop blijkt te zijn, dan de doop op naam van Jezus.

(Ik heb het voornemen om na Pinksteren enkele preken te houden n.a.v. doopgebeurtenissen in Handelingen, ik kom hier dan uitvoeriger op terug). In de brieven die de apostelen later schrijven, wordt de essentie van de doop duidelijk. Het is een heel sterk verbonden zijn en deelhebben aan Jezus Christus, aan zijn dood en opstanding. Laten we lezen Romeinen 6:1-14. De doop verbindt je dus aan Jezus Christus en brengt je onder zijn zeggenschap. Toepasselijk is de symboliek van het onder water gaan. Het water sluit zich boven je, als een graf, dat tekent het afsterven aan je oude mens. Het daarna boven water komen het opstaan als nieuwe mens.

De doop door onderdompeling is symbolisch daarom wel erg mooi. Ik hoorde onlangs dat in de zusterkerk te Delft en Zoetermeer de mogelijkheid wordt geboden om baby’s helemaal onder te dompelen in het doopvont – een mooi idee voor ons nieuwe liturgisch centrum?! Tegelijk is besprenkelen niet minder waardig – je zou kunnen zeggen dat daarbij het accent meer ligt bij het afwassen, het schoon worden dankzij Jezus Christus. Want dát is bij de doop fundamenteel: je verbondenheid aan Jezus Christus.

Belangrijke vraag is dan: mogen inderdaad ook kinderen gedoopt worden? Voorstanders van enkel de volwassendoop laten je graag geloven dat de Bijbel daar niets over zegt. De combinatie is juist steeds dat er eerst geloof moet zijn en dat je daarna pas gedoopt mag worden. En nergens staat dat kinderen ook gedoopt moeten worden.

Het lijkt misschien een beetje flauw als ik zeg dat ook nergens in de Bijbel staat dat kinderen nietgedoopt mogen worden. Toch is dat minder flauw dan het lijkt…

Terecht leert de catechismus dat kinderen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente horen (v/a 74). Dat is nl de lijn van de Bijbel:

kinderen horen er helemaal bij! Jongetjes werden op de 8e dag na hun geboorte besneden, als teken van het verbond, de inlijving, het horen bij Gods volk. Ook de kinderen gingen mee, eerst door de Rietzee en later door de Jordaan (beide keren met muren van water om hen heen). Denk je dat even in: je weet niet anders dan dat kinderen deel uitmaken van Gods volk, en dan komt Jezus op aarde, en na zijn Hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest worden al diegene die bij Hem horen gedoopt – en dan zouden opeens de kinderen buitengesloten worden?

Dat ligt niet in de lijn van de Bijbel! Als het echt de bedoeling zou zijn om aan te geven: kinderen horen er niet meer bij, dan was het logischer geweest als dát ook nadrukkelijk in de Bijbel zou staan. Maar dat staat dus nergens.

In tegendeel, je leest juist dat Petrus op de Pinksterdag zegt:

Want voor u geldt deze belofte (namelijk het deelhebben aan de vergeving van zonden dankzij Jezus Christus en de gave van de Heilige Geest), voor u geldt die belofte en voor uw kinderen…       Dat is precies zoals het altijd geweest is: kinderen horen erbij! En dat kom je daarna ook tegen, net als in het OT bij de besnijdenis: dat iemand met zijn hele huis wordt gedoopt (en dat hele huis omvat zelfs nog meer dan alleen de kinderen: ook personeel hoorde daarbij!)

Ik noem dit denken van de Bijbel  inclusief.

Iedereen wordt erbij betrokken: vrouwen bij de mannen, meisjes bij de jongens, kinderen bij de ouders. Dat is even wennen voor mensen die leven in een individualistische tijd, zoals wij: wij leggen juist de nadruk op het individu, iedereen apart.

De Bijbel denkt anders, inclusief: iedereen erbij! Vergelijk dat maar met 1 Korintiers 7:14 –

want de ongelovige man behoort dankzij zijn vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. Zou dat niet zo zijn, dan zouden uw kinderen onrein zijn, maar nu zijn zij geheiligd. Ziet u hoe de Bijbel denkt: inclusief – als je binnen de kring van het verbond geboren wordt of opgroeit hoor je er echt helemaal bij! Ook voor de kinderen is de Here gestorven en opgestaan. Ook voor de kinderen is er vergeving van zonden en eeuwig leven. Wat een geweldige troost is dat voor ouders waarvan een kindje op jonge leeftijd is gestorven, nog voordat het zelf belijdenis van het geloof heeft gedaan (vergelijk Dordtse Leerregels hfd 1 art 17).

Het is voor mij de reden om te zeggen dat ook de gereformeerde kerken alleen de geloofsdoop kennen: er mag alleen gedoopt worden als er geloof is. En bij baby’s geldt dus het geloof van de ouders ook voor de kinderen… Dat is de lijn van de Bijbel!

Maar, zal iemand zeggen, er staat toch heel duidelijk:

wie gelooft en zich laat dopen… Dat gaat toch echt over dat mensen eerst zelf tot geloof komen?

Zeker, maar kijk wel even in welke context dat staat: het gaat daar heel duidelijk over een zendingssituatie,

 

waarin mensen die eerst nog niet in Jezus geloven zich moeten bekeren en Hem aanvaarden als hun Messias. Het gaat niet over de situatie waarin kinderen binnen de kring van de christelijke gemeente in gelovige gezinnen worden geboren en opgroeien.

 

Intermezzo: Dooplied Sela 

 

Onze zusterkerk in Hattem heeft veel contact met kerken in Oekraine. Toen we daar nog woonden en werkten, hadden we een keer Oekraiense voorgangers op bezoek.

En wat wel heel bijzonder is: in tegenstelling tot in Nederland zie je in Oekraïne juist een beweging van evangelisch naar gereformeerd. Dan vraag je je natuurlijk af: hoe in vredesnaam kan dat? Waarom worden die evangelische mensen soms haast gemeente breed gereformeerd? Ik vroeg dat aan van de collega’s uit Oekraïne, zelf Baptist van huis uit. En weet je wat ‘ie vertelde?              Dat ze de rijkdom van het verbond hadden ontdekt. En ook dat de evangelische manier van denken toch wel behoorlijk Arminiaans is.

Dat moet ik even uitleggen. Arminiaans is dat je de mens een behoorlijk grote rol toedenkt. Arminiaans is de gedachte: als de mens niet wil, staat Gods genade stil.

 

De mens heeft een vrije wil waarin hij voor het goede kan kiezen. En in feite is God daarvan afhankelijk. Als een mens niet wil geloven, ja dan kan de Here er ook niks meer aan doen.

Dat gaat volledig voorbij aan  de uitverkiezing van de mens door God.  Aan dat jouw keus voor de Here rust in en het gevolg is van zijn keus voor jou. Het gaat te ver hier nu veel over te zeggen, ik verwijs naar eerdere Leer-van-de-kerk-diensten over uitverkiezing en de vrije wil. Slechts een tekst wil ik nu aanhalen: Handelingen 13:48 – …en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaarden het geloof. Als het erop aankomt heeft een mens niet zoveel te willen…

Ook daarvan is het verbond een goed bewijs: de Here begint, Hij neemt het initiatief, de redding gaat van Hem uit. En als je ziet hoe de Here het verbond met Abraham sluit, dan is Abraham vrijwel geheel passief: de Here doet alles zelf en alleen.

Dat is ook veel meer de werkelijkheid. Zoals zo duidelijk te lezen is in bijvoorbeeld Efeziers 2:1-10. De staat van de mens van zichzelf uit is: dood. En als je dood bent kan je niks… Het is enkel en alleen te danken aan Gods genade dat je gered wordt, tot leven wordt gewekt.

Door zijn genade bent u gered, dankzij uw geloof in. Maar ook dat (geloof) dankt u niet aan uzelf: het is een geschenk van God, dus niemand kan zich er op laten voorstaan.

Daarom is het een overschatten van het kunnen en willen van de mens als je denkt dat het de keus van de mens is voor of tegen Jezus Christus. Daarom snap ik niet dat bij de evangelischen zo de nadruk ligt op  jouw keus voor God.

Even dacht ik dat dat misschien een cliché was, maar als ik boeken en artikelen uit evangelische hoek lees, dan staat het er toch werkelijk steeds weer: jij moet kiezen voor de Here. Daar is alles van afhankelijk. En zeker is het waar dat de mens actief betrokken wordt bij zijn keus voor of tegen het geloof. Maar kiest een mens op gegeven moment voor de Here, dan is dat je zover komt dus ook weer helemaal werk van Godzelf door zijn Heilige Geest in jou. En het is vreemd/typisch dat uitgerekend dat ene (kleine) momentje dat de mens actief is zo sterk gemarkeerd wordt (en alles wat de Here doet niet) – draaien we de zaken dan niet om?!

 

Wat heb je liever: een belofte van een mens, of een belofte van God? Ik weet het wel: ik heb liever een belofte van de Here, want Die komt zijn beloften altijd na, mensen niet, die vergeten vaak wat ze beloofd hebben of handelen er niet naar…

Daarom vind ik de gedachte dat het allemaal begint met Gods keuze voor mij, en dat de doop dat markeert – dat de Drie-ene God zijn heilige Naam aan jouw naam verbindt, dat je erbij mag horen uit genade, dat je dankzij Jezus kind van Vader mag zijn – dan vind ik dat toch allemaal duizendmaal meer rust en houvast geven.

En zeker: we struikelen en vallen allemaal, nog niemand leeft zondeloos en volmaakt, en dan is de Here gelukkig genadig. Alleen: net zoals de besnijdenis aangaf dat je bij Gods volk hoort,

maar niet automatisch betekende dat je ook in de hemel kwam, zo is dat met de doop ook: het tekent dat je bij God, bij Gods volk hoort, maar gedoopt zijn is geen garantiebewijs voor de hemel.

Zowel in het OT bij de besnijdenis, als in het NT met de doop, gaat van dat besneden en gedoopt zijn een appel, een oproep uit: leef ook als kind van de Here. En dat vraagt niet eenmalig (gemarkeerd door de doop) een geloofsbelijdenis, een bekering, een opstaan als nieuwe mens, maar dat vraagt dat we dat steeds weer doen, elke dag opnieuw. Dan is het echt een houvast dat je mag weten dat wat God belooft en schenkt vastligt, zeker is, dat je – met alles wat er verandert en wegvalt en onzeker is – dat je redding is in Jezus Christus.

Laat de doop daarvan teken zijn, en zo echt een geloofsdoop voor je zijn.

Amen

 

Reageren? Meer preken lezen?

http://www.janhaveman.nl